zaterdag 17 mei 2014

Afkicken.......




Na het afronden van mijn witte-vierkantjes-deken ontstond er toch wel een dipje.
Wat in hemelsnaam nu?
Ik had nog bolletjes van bovenstaande liggen.
Prachtig kleurverloop, maar ik vind het niet fijn breien.
Haken eigenlijk ook niet, maar ja....het lag er.
De basis van de witte deken (klik HIER) heb ik gebruikt voor de rondjes.



Ik heb ze omhaakt met crème dunnere wol (twee vasten in de onderliggende roze vaste).....

.......en aan elkaar gezet.



Aan de buitenzijde van mijn kleedje heb ik picootjes gehaakt.
Al was het een 'ik weet ook niet wat ik moet'- actie, eigenlijk vind ik het wel leuk.
Al die tinten roze,zalm,oranje.....

Natuurlijk volgde er ook een tweede kleedje, dat in een ruit-vorm aan elkaar gehaakt is. Maar om hier nu pontificaal te laten zien hoe ik kan doorslaan.....NEU.
Het moet klaar zijn nu. Ik heb mijn spinnewiel voor de dag gehaald en tracht in een andere stand te geraken. Het moet geen gehaakt circus worden bij mij thuis.
De ultieme angst van Lief is, dat we straks naar Frankrijk rijden met een wc-rol op de hoedenplank, voorzien van een gehaakt hoedje ;-). 

zaterdag 10 mei 2014

over Dè oorlog.

De afgelopen dagen stonden in het teken van het herdenken van de doden en het vieren van de vrijheid.
Door de jaren heen veranderde er veel op die vierde en vijfde mei.
We herdenken nu àlle doden en vieren nu de algehele vrijheid.
Maar toch blijven deze dagen vooral verbonden met onze oorlog.
Dè oorlog, die Tweede.
Ik keek zondagmorgen naar de tv. Met een handwerkje op schoot.
En ik kijk niet zo vaak meer naar kinderprogramma's.
Maar ik bleef hangen bij Zapp.
Zij zonden een 2 uur durend programma uit over de Tweede Wereldoorlog en die vind ik goed.
Heel erg goed.
Ik bedacht me wel hoeveel ouders nog zouden slapen en kinderen dit zomaar zouden bekijken.
Ik vond het een programma waar je samen met je kind naar kijkt.
HIER is de link.
Volgens mij gingen er afleveringen aan vooraf, maar die heb ik niet gezien.
Ik vond het een indrukwekkend en begrijpelijk overzicht.

Natuurlijk dacht ik terug aan mijn opvoeding.
Hoe is dat herdenken bij ons thuis gedaan?
Wij waren wel twee minuten stil, maar als ik vroeg aan mijn moeder of ze nu op dat moment stilstond bij het overlijden van haar broer ontkende ze dat. Daar had zij echt die twee minuten niet voor nodig.
Ik ben van ná de oorlog. En toch.....ook in mij zit een stukje oorlog.
Omdat ik opgevoed ben door ouders die die oorlog wel meemaakten.

En dat vind ik een ingewikkelde gedachte.
En ben ik benieuwd naar de mening van anderen.
Voelen anderen dat ook zo?
Anderen, geboren na die oorlog?
En verandert dat gevoel nu we ouder worden?



Bij ons thuis werd heus over de oorlog gesproken.
Ik mocht alles vragen, alles werd verteld en ook keer op keer, als ik daarom vroeg.
En ik vroeg dat met enige regelmaat. Omdat sommige gebeurtenissen zo heftig waren en ik probeerde te bedenken hoé erg dat was geweest. Mijn wezen voelde dat, maar het luchtige vertellen kon ik niet rijmen met dat wat ik hoorde.
Het was altijd zonder emotie.
Het werd verteld als verhaal. Met humor vaak, of enige zelfspot.
Zeker in mijn moeders leven was die oorlog een vreselijk verhaal.
Mijn moeder is geboren en getogen in Hengelo. Zij woonde aan het spoor, vlakbij het station.
Vlakbij de machinefabriek Stork.
De geallieerden wilden de Duitsers een slag toebrengen. De doorgaande treinverbinding naar Duitsland vernietigen, Stork plat bombarderen.
Zij was 8 jaar en speelde ergens in de buurt van haar huis, toen het luchtalarm afging.
Ze had geleerd te schuilen onder een trap en deed dat, in een portiek.
Maar wat nooit eerder gebeurd was, gebeurde die dag wel.
De bommen vielen. De geallieerden bombardeerden de fabrieken in Hengelo.

En er vielen ook bommen op het centrum.
Waar mijn moeder woonde.
Ze vertelde hoe bang ze was. 
Hoe ze, na het bombardement de uitgang van dat portiek waar ze onder de trap had gezeten niet kon vinden terwijl de deur open stond.
Hoe ze de straten niet meer herkende en de weg naar huis niet meer wist.
Hoe ze uiteindelijk, klimmend over hekken via achtertuinen thuis kwam.
En hoe de paniek daar ook groot was. 
Haar broer van 16 had het luchtalarm genegeerd en was de bijl terug gaan brengen een meter of 100 verderop, daar stond een molen.
Hij mocht niet gaan, maar deed het toch. 'Er gebeurt toch nooit wat', had hij geroepen.
En hij kwam nooit meer terug.
Mijn oma had 4 kinderen en 2 ervan waren niet thuis op het moment dat de bommen vielen.
Mijn moeder kwam thuis, haar broer niet.
Ik kende mijn oma als een norse, stugge vrouw en ik wist niet beter dan dat die gebeurtenis, het verliezen van een kind tijdens een bombardement, van invloed was geweest op haar stemmingen de rest van haar leven.




En als kleinkind begreep ik dat van mijn oma.
Ook dat er nooit deuren dicht mochten. In kleine ruimtes kon mijn moeder niet zijn als de deuren dicht waren.
 Of dat mijn moeder vertelde dat zij zich na de oorlog niet meer had kunnen concentreren op school. Of dat ze elke ochtend moest zwemmen, om haar drukte kwijt te raken.
Mijn moeder kon zwemmen als de beste moet je weten.
Of dat ik, als klein meisje, samen met mijn moeder naar het graf ging waar haar broer en later haar vader waren begraven. Geen steen.....dat wilde mijn opa niet. Want je dacht toch niet dat die kist, die mijn opa in de kerk meekreeg met het stoffelijk overschot van zijn zoon, dat daar werkelijk zijn zoon in lag. Dat deden ze om het leed te verzachten. Ze hingen er een zak aan met een gevonden schoen.....en lieten de familie geloven dat dat hun omgekomen familie-lid was.



Als kind is het leven zoals het is. En dus ook niet gek.
Of raar, of vreemd. 
Daarom was mijn oma zoals zij was.
Daarom was mijn moeder zoals zij was.
En toch gebeurde er ook iets vreemds in mij.
De verhalen die ik hoorde voelde ik als immens grote drama's, maar de mensen die ze vertelden toonden die emoties niet. 

Je was flink als je niet huilde. Je werd verondersteld niet te zeuren. Er gebeurden wel ergere dingen in de wereld. En ook dat snapte ik. Mijn 'verdrieten' waren niets als je ze vergeleek met wat mensen in de oorlog hadden meegemaakt.
Ik ben een verschrikkelijk emotioneel wezen. Ik voel altijd tranen. Van verdriet, van blijdschap of van ontroering. Nog altijd kan ik tranen inhouden omdat ik geleerd heb dat het niet getuigt van een sterk karakter als je die te pas en te onpas laat stromen. Diep in mijn hart vind ik ook dat dat zo is.
Maar vìnd ik dat ook, of heb ik dat geleerd?
Daar kan ik lang over nadenken.

Nu ik dit verhaal schrijf, heb ik eens gezocht op internet. Mijn verhalen zitten immers in mijn hoofd. Was het echt zo erg als ik het me herinner uit die verhalen? Of heb ik het dramatischer en groter gemaakt dan het was? Deze foto's vond ik. De straat waar mijn moeder woonde. 
Nee, ik heb het niet groter gemaakt. Het was net zo erg......wellicht nog veel erger dan ik ooit in mijn hoofd heb kunnen bedenken.








dinsdag 6 mei 2014

Ridders.






Een kind uit mijn klas (ja, een jongen) droomt er van een ridder te zijn.
Het is zo'n blozend en gezond mensenkind dat het beste groeit door de wind.
En door de regen.
En de zon op zijn wangen.
Rennend door een weiland vol bloemen.
Maar ja, hij moet  dagelijks naar school.



Er zijn van die momenten dat ik hem vast wil plakken op een stoel.
Met zijn ogen op het bord gericht.
Of op zijn schrift.......
of op mij.
Maar ja, hij is nogal snel afgeleid.

Maar sinds kort heeft hij een plan.
En dat moet er uit. 
Hij wil een spreekbeurt houden over ridders.
En dus zit hij te schrijven, te tekenen en te lezen.
Want die spreekbeurt, die moet er komen.
En hey.....dat mag. Op gezette tijden dan hè?



Ik was in Doorwerth. Bij het kasteel.
En het was alsof ik hem zag.
In een notendop.
Wuivend fluitekruid.
Frisse wind aan de Rijn.
Dikke muren,
kleine kijkgaten.
Een ophaalbrug.





Maar met toegang tot een levendige binnenplaats.
Ruisende oude bomen.
Prachtig geschilderde deuren.
Torens, een klok, een restaurant.
En....een tuin met mogelijkheden.





Ik moest aan hem denken daar in Doorwerth.
Zomaar midden in mijn vakantie.
Ik zal doorgaan met ploegen, met bouwrijp maken en zo hier en daar een zaadje laten vallen.





Tot wat het moet groeien?
Zit er niet schoonheid in alles dat/wat (mag allebei, ik zocht het op ;-)) groeit?


Slaapmuts.

Engelwortel.


Salomons-zegel.


Artisjok.
Zeekool.


maandag 5 mei 2014

Villa Augustus.






We waren in Dordrecht, Villa Augustus.
Met enige regelmaat zie ik blogs voorbij komen die daar over gaan en altijd zijn het enthousiaste verhalen.
Daar komt de mijne dan bij.
Waarom je er naar toe moet?
Nou ja, gewoon om het te zien. Om er koffie te drinken, door de tuin te scharrelen en ideeën op te doen.
Om te voelen hoe een nieuw project goed kan zijn voor oude gebouwen.
Ik vind het een mooi verhaal. De oude watertoren van Dordrecht.
Hoe die ooit dienst deed en nu door een pracht-initiatief tot iets moois is omgetoverd met eerbied voor het verleden.
De historie vind je HIER. De foto's hier onder zijn van gisteren ;-)






Is dit het verschil tussen een beschutte binnentuin en buiten?
Of tussen het Noorden van het land en het Zuiden? 
Of tussen professioneel tuinieren en hobby-en zoals ik dat doe?
Dat laatste zal zeker.....



Geen slak te zien hier. Moet je bij mij kijken. De hosta's zijn nu al aangevreten.







Foto's vanuit de koeling. Een vaas bloemen staat dan ook een stuk langer.....









We kochten pesto van radijsloof......alleen daarom al ga ik dan nu toch radijs zaaien.
'Natuurlijk', denk ik dan. 'Waarom wel van zevenblad en niet van radijsloof. Tsssss'.




Het concept is prachtig, en slim en overal doorgevoerd. Zelfs de servetten zijn van linnen en niet van papier.
Het geeft het idee van puur natuur, duurzaam, biologisch en verantwoord.
Daar komen heel veel mensen op af. Het restaurant zit vol, de taart is smakelijk en je ziet waar ze gebakken zijn. Het brood ziet er prachtig uit en de mensen zijn vriendelijk.
Ik vind het een voorbeeld voor nieuwe initiatieven, een inspiratie-bron voor creatieve mensen.



Een foto van rond 1930......


....en deze dus van gisteren.


zaterdag 3 mei 2014

Op het land.

Het land van Olle ligt bij Staphorst en daar werkt hij nu twee maanden.
Ik ging naar hem toe om het samen met hem te bekijken.
Wat een rust heerst daar.
Zo voelt hij dat en ik snap wat hij bedoelt.
'Als ik een rondje om het land loop, vergeet  ik alles.'

De hond liep met ons mee.
Die kent het land op haar duimpje.
Hij werkt nu voor een boer die in de toekomst gaat stoppen.
En zo loopt Olle er ook een beetje.
Zou hij hier in de toekomst zelfstandig willen boeren?
Dat is toch een ingewikkelde vraag.
Want het antwoord betekent behalve vrijheid en eigen land ook een grote lening.
En daarmee leg je je vast.
Heel erg vast.

Dus zo liepen we daar samen.
Wat voel je erbij?
Welke mogelijkheden zie jij?
De manier van boeren sprak mij heel erg aan.
Overal wilde bloemen, geknotte wilgen, gemaaide paden.
'Elke zaterdag gaat de boer een rondje op zijn zitmaaier. Is hij drie uur mee bezig' zei Olle.

Een stuw naast het land, in de verte broedende goudplevieren.


Het gaat om twee stukken land zoals dit....
Nog een stuk grasland met mogelijkheden.
Een mini-camping (achteraan bij de bomenrij)
twee kikkerpoelen......
Een winkel die goed loopt.
Het beheren van twee vogelbroed-landen.

En.....rust.....stilte......


Wat een mega-besluit als je 26 bent.
Vroeger was dat land van een vader en nam één van de kinderen het over.
Die woonde daar dan al zijn leven lang..
Wist welke taak er lag.



Hij vertelde hoe hij met twee 'zorgvragers' die daar af en toe komen (snappen jullie dan wat ik daarmee bedoel?) op het land was gaan werken. Hoe blij hij daarvan werd (zijn vader zit in de zorg, moeder ook min of meer;-) ).
Het past bij de manier waarop hij opgroeide.
Tussen de 'zorg-vragers' als het ware. Eerst op de Michaels-hoeve, later op OlmenEs.
Als kind speelde hij met zijn blokken en benoemde hij alle geluiden die hij buiten hoorde.
Als vanzelfsprekend. 'Isse tein' of 'Isse bus' en soms 'Isse Este Janse'. 




Hij vertelde over dat land vol kweek maar met groeikracht.
Het verschil tussen telen op de klei (wat hij hiervoor deed) en het telen op zandgrond.

Hij liet de venkel en paksoi zien (tssssss, in mijn tuin net gezaaid) en de kas waar ze het hele jaar door kunnen oogsten. 
Niets was ultra-modern, geen groot voertuigenpark.
Olle is een knutselaar. Repareert alle apparaten zelf.

We spraken over vroeger. Hoe ik hem zag. Dat eindeloos, altijd buitenspelende kind. Boomhutten bouwend, creërend.
Had hij moeten denken aan een baan binnen? Toch naar die hogere autoschool had moeten gaan?
Nee, hij had er niet aan moeten denken.

Het boerenleven heeft twee kanten. Het komt zoals het komt, de rust van het moment.
Maar ook knetterhard werken.
Stiekem maken we plannen. Vriendenweekenden met eten, drinken en vuur, maar ook met harken en schoffels. Kamperen op het weitje en heel veel muziek.
'Ze zeggen mam, dat je geen sociaal leven overhoudt als je boer bent, maar dat moet toch anders kunnen?' 
De boer en boerin leven het hem goed voor, zij maken tijd en ruimte om veel naar de sauna te gaan en naar het theater.


Als ik wegga zie ik de kratten met pootgoed die Olle de grond in moet werken. Paprika's en komkommers......
Met een kist vol spinazie, bosui en jong plantgoed (dat over is) vertrek ik weer.




De boer in kwestie vertrekt niet morgen al hoor. Hij heeft nog een tijd om te voelen en te bedenken of dit is wat hij wil. Maar ik zie het, als ik eerlijk ben, wel voor me.
Het is technisch, creatief, scheppend, zorgend en vrij.
Hoe zien jullie dat?



vrijdag 2 mei 2014

Pesto à la P.





Vorige week was ik met de klas bij Hannah in de tuin.
We maakten pesto.
Nu mag iets eigenlijk alleen maar pesto heten als het met basilicum, pijnboompitten en parmezaan gemaakt is, maar hey......Hannah woont in P. en pesto à la P. klinkt gewoon goed.

Wat belangrijk is, is de olijfolie. Daar valt of staat het mee. Je moet een lekkere, smaakvolle ietwat zachte olijfolie gebruiken. Niet met een bittertje. Ik neem meestal Italiaanse olijfolie.

Nu kun je alleen zevenblad gebruiken, maar ik gebruik ook rucola. Gewoon voor het volume, maar ook omdat ik de smaak van rucola lekker vind.


Ingrediënten:
Zakje rucola
Twee handen zevenblad
Aantal blaadjes daslook
Teen knoflook (of 2)
Stuk Parmezaanse kaas (of een harde zoutige kaas die er op lijkt)
Olijfolie
pijnboompitten (eventueel ook pecannoten, walnoten of cashewnoten)
Zout en peper.


Alle groen bij elkaar doen, maar een beetje achter houden. Een deel van de pijnboompitten toevoegen en de knoflook. Dit maak je tot puree met een staafmixer of in een keukenmachine. Doordat je olie toevoegt wordt het een smeuïge massa.
Jamie Oliver zei ergens in een programma dat ongeroosterde pijnboompitten een romiger smaak geven dan geroosterde. Dat scheelt alweer roosteren.
De rest van de noten hak je fijn, de laatste blaadjes ook.
De kaas rasp je op een fijne rasp en dit alles roer je door je prutje.
Het wordt daardoor iets minder fijn, dat vind ik altijd mooier.
Tot slot voeg je zout en (eventueel) peper toe.

Lekker met stokbrood, door gewokte spinazie of op een eitje.

donderdag 1 mei 2014

Je vais vous présenter.......

Met trots mag ik wel zeggen....
Er is een eind gekomen aan de deken die ik in de voorjaarsvakantie begon.
Avonden heb ik zitten haken en ja, soms als een bezetene.
Maar het is klaar.
Het is gedaan.
90x150 cm.
188 vierkantjes.

Het gewicht is prettig (je hebt wel iets op je schoot) en de kleuren zijn vrolijk.
Nu wil ik de muren wit, het plafond wit en het houtwerk wit.
Dat is dan ineens weer van een andere orde.
Opgevouwen ;-)


Een rommeltje.


Met restjes.

Het geheel.

Detail.


En tada........DE ACHTERKANT.
Zo, zijn jullie op de hoogte.
Op naar het volgende project.
Geen idee wat, er dient zich vast iets aan.

Ik zag dit bijvoorbeeld op Pinterest.
Stel het me voor in kleur met veel grijs. Zoiets bonts zal ik nooooooooit dragen.
En dan van eigen gesponnen wol....o jee, moet mijn spinnewiel van zolder.